het normaalste uurtje van de week

Ik wilde al paardrijden toen ik nog maar heel klein was. Ik werd hopeloos verliefd elke keer als ik een paard zag, vond het magische dieren. Als klein meisje las ik de knulligste boeken over ponykampen en toen ik naar de middelbare school ging, maakten die plaats voor Black Beauty en Heartland. Waarschijnlijk is het boerderijgen bij mijn (oud)ooms de boosdoener: mijn ouders heeft het overgeslagen, maar ik… ik won de jackpot. Ik werd een paardenmeisje.

Maar ja… paardrijden als je in een rolstoel zit is niet zo heel gemakkelijk. Ik kwam op de wachtlijst terecht voor maneges waar ik wél kon rijden en een paar keer mocht ik rijden bij kennissen. Tot ik op mijn dertiende bij De Hazelaar kwam, en twaalf jaar later maak ik nog steeds elke zaterdagochtend het autoritje naar Schiebroek. Ik ben groot geworden op de manege… letterlijk. Van dertien, bijna veertien naar vier-, bijna vijfentwintig is een enorm stuk van mijn leven: van net nieuw op de middelbare school tot bijna afgestudeerd aan de lerarenopleiding Nederlands. Van ‘’klein genoeg voor Biba’’ tot ‘’groot genoeg voor Tebbe.’’ Van kleintjes en verlegen tot helemaal (op)bloeiend en open.

En ik geniet er nog steeds met volle teugen van – al beken ik heel eerlijk dat er ook wel eens momenten zijn dat ik overweeg om te stoppen. Momenten waarop het voelt alsof ik er een beetje overheen aan het groeien ben, alsof het me niet meer zoveel energie geeft als vroeger.  Maar op andere momenten merk ik weer dat ik juist dáár overheen groei, dat het juist echt bij mij hoort, een deel van mij is. Elke zaterdagochtend herinnert me aan alles wat ik er zo tof aan vind: de stalgeuren, de rondbanjerende katten, de vertrouwde nabijheid van de paarden, toekijken bij het optuigen en opstijgen en inlopen… het is een soort thuis. En er is zoveel waardoor het rijden zelf me dierbaar is: nieuwe dingen leren, andere dingen beter leren, een beetje uitgedaagd worden, echt een band voelen met mijn paard, de buitenritten in de zon of in het herfstige bos, kletsen en lachen met de andere ruiters en de vrijwilligers, de ritjes in draf die voelen als een zweefvlucht waarbij er niets anders meer bestaat… het is nog altijd even heerlijk.

En het is ook altijd een heerlijk normaal uurtje, misschien wel het normaalste uurtje van de week. Even geen schoolstress of mentale takenlijstjes, even geen zorgen of gepieker… gewoon even eruit, uit die bubbel van thuis mijn ding doen. Even onder de mensen, even bewegen en spieren trainen en socializen. Tegelijkertijd is het een manier om even op een heel ander level met mezelf bezig te zijn: grenzen verleggen, uittesten wat ik lichamelijk eigenlijk allemaal kan of zou kunnen…  te paard is eigenlijk niemand meer echt beperkt en doet die beperking er ook gewoon niet meer toe, want je kunt op je eigen manier ontdekken hoe je lekker kunt rijden en waar je goed in bent. En als je daar wat meer hulp bij nodig hebt… tja, het is niet voor niets dat ik dankzij het rijden een aantal echt goede vrienden heb gemaakt.

Het paardrijden is al twaalf jaar echt een deel van mijn leven en ik zou het niet meer anders willen. Je kunt het meisje bij de paarden weg halen, maar de paardenliefde gaat nooit uit het meisje.

Tags: