van Twanko tot Mickey

Ik weet nog heel goed wat er werd gezegd aan het einde van het intakegesprek toen ik twaalf jaar geleden begon met paardrijden: ‘’We gaan kijken welk paardje het beste bij je past.’’ Dat paardje werd Twanko: goeie ouwe Twanko, de grote trots van de Hazelaar en de beste vriend van menig ruiter. Toen het onvermijdelijke moment kwam dat Twanko wegging, op naar zijn welverdiende oude dag, kwamen er andere paarden… en ik herinner me ze allemaal nog.

Ik was geen uitzondering: als dertienjarig meisje was ik op slag verliefd toen ik voor het eerst op Twanko reed. Met zijn lieve bruine ogen en zijn brave karakter was hij gewoon perfect. En hij was heel lang echt mijn beste vriendje: ik wist natuurlijk dat er nog andere ruiters op hem reden en net zo dol op hem waren als ik, maar elke week was hij voor dat ene uurtje helemaal van mij. Hij was lekker ondeugend, speels, kon me af en toe flink laten zweten, maar hij was ook zo vreselijk lief: op hem leerde ik steeds beter rijden, leerde ik draven en leerde ik bovendien om vertrouwen te hebben in mezelf en in mijn paard. Ik heb zelfs nog op mijn rug op zijn rug gelegen bij wijze van buikspieroefeningen.

Maar ja, Twanko werd oud, en moe… en dat merkte je aan alles, tot het moment aan toe dat hij gewoonweg weigerde weer in stap te gaan, hoe ik ook mijn best deed om hem aan te sporen. Ik heb met een brok in mijn keel afscheid van hem genomen: na het laatste proefje dat we samen reden nog even extra knuffelen in de stal en daar ging hij dan. Heel erg jammer, maar ook wel heel erg verdiend.

Na Twanko werd ik eerst op Pinkeltje gezet, maar hoewel hij ontzettend lief en leuk was, had ik een beetje meer uitdaging nodig – en dat werd Penotti. Penotti die, heel toevallig, de pony was die ik zelf ook zonder twijfel uitgekozen zou hebben als ik het had mogen zeggen, en na Twanko was zij een match made in heaven: ze paste zo goed bij mij en voor ik het wist voelde het echt heerlijk om op haar te rijden, alsof we gewoon helemaal op elkaar afgesteld waren. Met mijn vaste begeleidster en inmiddels goede vriendin erbij waren we al heel snel een heel olijk en triomfantelijk Trio Penotti.

Het leuke is dat ik dankzij Penotti nog meer vertrouwen kreeg in mezelf als ruiter: op haar leerde ik beter draven, beter omgaan met een pony met een eigen willetje… ik groeide, zowel in de lengte als mentaal, en dat zorgde ervoor dat ik ook meer durfde. In mijn Twanko-dagen had ik lieve Biba wel eens uitgeprobeerd, met haar veel te schattige korte beentjes: dat was vooral zodat ik eens iets anders kon uitproberen, en de combinatie ‘’klein meisje op een klein paardje’’ leverde heel veel hilariteit op. Maar in Penotti-tijden probeerde ik veel meer paarden uit, ook omdat Penot het af en toe een beetje te druk had. Zo zat ik plots op Don, op Daisy, op Flip, op Mickey en zelfs op gigant Tebbe. Ik ben best een ‘’ik wil alles proberen’’-type, en hoewel ik elke eerste keer met een nieuw paard een beetje eng en onwennig vind, was het ook elke keer heel leuk om hun karakter te ontdekken, ze te leren aanvoelen en begrijpen en zo ook weer nieuwe dingen over mezelf te leren.

Inmiddels rijd ik al een tijdje elke week op Mickey, en hoewel hij niet de makkelijkste is – maar ach, welk paard is dat wel? – gaat dat best lekker. Hoe ouder ik zelf word en hoe langer ik rijd, hoe meer ik ook merk dat ik om me heen aan het kijken ben: welke pony kan ik misschien ook wel eens een keer uitproberen? Ik vind het namelijk elke keer weer tof om te ervaren welke wel of geen match is, en ik denk dat dat misschien ook wel iets is waarmee het paardrijden avontuurlijk en spannend blijft. Want ik ben een heel eind gekomen sinds Twanko, twaalf jaar geleden, maar ik ben er zeker van dat ik ook nog een heel eind kan komen.

Tags:

1 reactie op “van Twanko tot Mickey”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.